Verliefd op elkaar en op het groene laken

Bram en Mary Kalkhuis in De Halve Maen (foto: Marcel Israel).
Steven van der Gaag

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of verscholen in een hoekje. Pronkstukken. Samen vormen ze het museum van de amateursport. Opdat de verhalen worden doorverteld. Elke week plaatsen we een nieuw pronkstuk in het museum van SportclubNL. Deze week geen voorwerpen, maar mensen. We brengen een ode aan het arbiterduo Bram en Mary, dat namens de biljartbond waakt over het groene laken.

Een zaterdagochtend. Bram Kalkhuis (1928) opent de voordeur in vol ornaat. Zwarte strik, smokingbroek en bijpassend overhemd sieren het tanige lichaam. Zijn zilvergrijze haar - zorgvuldig naar achteren gekamd - glinstert in het zonlicht. Het jasje hangt nog aan de kapstok, naast dat van zijn vrouw Mary (1932). Arbiter Koninklijke Nederlandse Biljartbond (KNBB) staat er op de borst gestikt. Mary zit in de woonkamer. In plaats van een strik draagt zij een choker. Decennia-lang delen ze de liefde voor het groene laken.

'Ge moet arbitreren'

Feesten, partijen en verjaardagen moesten daarvoor wijken. Zelfs van de familie. Arbitreren ging voor. Zo bereikten Bram en Mary uiteindelijk het hoogste niveau en begaven ze zich onder de groten van de biljartsport. Blomdahl, Kobayashi, Jaspers. Bram zit met de plakboeken op schoot. “Jaspers heeft me nog van het roken afgeholpen”, zegt Mary. “Al dat slijm dat je ophoest, dat kan natuurlijk niet in de eredivisie.” Op een foto aan de muur poseert ze met de Belg Raymond Ceulemans, de carambole-biljarter van de eeuw.

“Toen hij vijfenzestig werd, zochten we hem op in zijn woonplaats Lier”, zegt Bram. “Hij was verrast: 'Wat? Jullie hier? Ge moet arbitreren!' Maar hij regelde ook meteen een hotel. Schitterende man.” “We moeten gaan Bram”, zegt Mary. Op naar een derde klasse finale bandstoten in café-restaurant De Halve Maen in Sloten. Vroeger stonden ze zeven dagen per week aan de tafel, maar nu doen ze het wat rustiger aan.

Glimmende ruggen

Mary pakt haar spulletjes: stopwatch, witte zakdoek om de ballen te ontvetten en een loep. “Voor als de heerschappen twijfelen of de ballen vast of vrij liggen.” Bijna had ze moeten afzeggen. “Ik ben gevallen op de stoep. Maar ik heb mezelf strak verbonden.” Ze grijpt in haar zij. “Als ik maar kan arbitreren. Ooit moest ik een dag missen vanwege griep. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik kan niet zonder die sfeer.”

Even later druppelen de mannen en een enkele vrouw De Halve Maen binnen. Tas met keu om hun glimmende ruggen van satijn, op jacht naar caramboles. Het is een klein wereldje. De begroeting is hartelijk. Zoenen voor Mary. Bram rookt aan de bar een sigaretje met een paar finalisten. “Eigenlijk moet je als arbiter afstand houden”, zegt Mary, “maar op dit niveau kan het wel.”   

De derde bal

In de stad sterft het geluid van de carambole langzaam weg, maar hier weet men ondanks vier tafels de intimiteit van de kroeg te benaderen. Gordijnen verduisteren de ruimte en soms dwarrelt de bijna vergeten geur van sigarettenrook binnen. Mary kijkt toe hoe Bram met gevouwen zakdoek de drie ballen klaar legt voor de afstoot. Zoals in elke sport valt een goed arbiter niet op en staat hij op de juiste plaats. In het biljarten is dat bij de derde bal, waar de carambole valt, of niet. 

Altijd samen. “Dat kan alleen als je elkaar je gang laat gaan”, fluistert Mary. “Je moet niet op elke slakken zout leggen.” Hun geheim. Dan is het tijd voor de wissel. Met een liefdevol knikje wenst Bram haar succes. Mary plukt nog even een stofje van het laken. Blik en houding maken haar streng - rechtvaardig zegt ze zelf. “Noteren! Tjon Kon Sang! Drie!”, klinkt het gedecideerd na een serie. Mary kijkt naar het scorebord of de stand wordt bijgewerkt.

Als een speler wil spieken of de ballen vrij liggen, houdt Mary hem met een handgebaar tegen. Zij beoordeelt de situatie eerst. “Typisch Mary”, lacht Bram zachtjes. Hij haalt zijn portefeuille uit zijn broekzak, slaat het rode leer open en toont een foto van een jonge vrouw. “Toen was ze achttien.”

Oproep

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool en wordt met toestemming hier opnieuw gepubliceerd. SportclubNL zal in de komende tijd nog een aantal andere Amsterdamse pronkstukken in het museum plaatsen, maar gaat op zoek naar pronkstukken in heel Nederland. Heb jij ook een pronkstuk op de club? Of misschien thuis verborgen in een oude kist op zolder. Laat het ons weten. Stuur een mail naar de redactie en verdien een plekje in de eregalerij van de amateursport.