Drank maakt meer horeca kapot dan je lief is

Jan Janssens

Wim van Dalen, directeur van Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) stelde deze week de oneerlijke concurrentie van cafés door sportclubs aan de kaak. Door hun late sluitingstijd concurreren de sportkantines de kroegen weg, zo betoogde hij.

Best curieus dat de directeur van STAP opkomt voor cafébazen. STAP staat namelijk voor Stichting Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid en deze stichting wil - zo lezen we op haar site -   "ertoe bijdragen dat de schade als gevolg van alcoholgebruik aantoonbaar wordt teruggedrongen door zich in te zetten voor effectief alcoholbeleid en publieke bewustwording van de risico's van alcoholgebruik".

Sluitingstijden

De oneigenlijke concurrentie voor de commerciële horeca wordt door de gemeenten mogelijk gemaakt, want die hanteren late sluitingstijden, zo stelde directeur Van Dalen in Binnenlands Bestuur, het vakblad voor politiek bestuurlijk Nederland. Hij verwees naar de uitkomsten van een eigen onderzoek bij honderdtwintig gemeenten. daaruit kwam naar voren dat met name in kleine en middelgrote gemeenten de sportkantines laat blijven schenken, soms wel tot 2.00 of 3.00 uur ’s nachts. Terwijl voor de horeca sluitingstijden van 00.00 of 01.00 uur ’s nachts gangbaar zijn. "Het is niet meer van deze tijd dat gemeenten onderscheid maken tussen commerciële horeca en sportkantines of studentenverenigingen", stelde Van Dalen. "Door de huidige sluitingstijden in sportkantines creëren gemeenten een oneigenlijke concurrent voor dorpskroegen, geholpen door de lagere prijs voor drank die daar betaald wordt."

Bizar

Hij pleitte voor veel vroegere sluitingstijden voor spartkantines."Er is uiteraard behoefte aan een drankje na de wedstrijd, maar zorg er als gemeente voor dat dit om de wedstrijden heen wordt georganiseerd en dat dit niet tot diep in de nacht doorgaat. Het is eigenlijk bizar dat alcoholconsumptie zo’n grote rol speelt bij Nederlandse sportverenigingen, die er commercieel op inspelen om hun voorbestaan te garanderen. Over het algemeen gaat men naar een sportomgeving om de gezondheid te verbeteren. In ons land speelt alcohol bij sportvereniging een bizar belangrijke rol."

Drank maakt horeca kapot

Meneer van Dalen hoefde niet lang op antwoord te wachten. Jan Bellemakers, beleidsmedewerker Sport bij de gemeente 's-Hertogenbosch en in de vrije tijd onder andere actief als bestuurder van de Tilburgse Sport Raad, en oud voorzitter van v.v. ZIGO, plaatste kanttekeningen bij het relaas van STAP en nam het op voor de sportkantines. Onder de kop "Drank maakt meer horeca kapot dan je lief is" blogde hij een uitvoerige reactie.

Bellemakers is er niet van overtuigd dat de late sluitingstijd concurrerend werkt. "Als mensen eerder uit de sportkantine vertrekken in de avond, gaan ze niet naar een café maar naar huis. Daarnaast komen mensen niet naar de sportkantine om te drinken, maar is de kantine er om na het sporten nog wat te drinken. Óf zoeken mensen de gezelligheid en verbondenheid van het verenigingsleven op. In mijn ogen de belangrijkste reden dat mensen naar hun sportvereniging gaan." Er viel volgens hem nog wel meer af te dingen op het verhaal van directeur Van Dalen, maar op één punt moest hij hem wel gelijk geven. "Ik kan uit ervaring wel de aanname doen dat 90% van de voetbalverenigingen financieel omvalt als de alcoholconsumptie ver daalt zonder dat er een alternatief is wat door de leden wordt omarmd." Een onwenselijke situatie, waarvoor hij ook geen oplossing heeft.