Kamer wil sportaccommodaties goedkoop houden

De Tweede Kamer in plenaire zitting (foto: Tweede Kamer).
Redactie SportclubNL

Vorige week berichtten wij uitvoerig over de forse huurverhogingen die sportclubs boven het hoofd hangen. Wanneer de Wet Markt en Overheid in de toekomst onverkort zou moeten worden toegepast, zo schreven wij, zou dat betekenen dat gemeenten niet langer sportaccommodaties beneden de kostprijs kunnen verhuren. Hoewel dat gevaar nog niet is geweken, lijkt het er wel op dat het wordt afgewend.

€1.000.000.000 verkapte subsidie op de tocht

De gemeenten zijn van oudsher de belangrijkste subsidiegever van sportclubs. Niet omdat ze zoveel geld overmaken naar de clubs. Maar omdat zij met gemeenschapsgeld sportaccommodaties aanleggen en (laten) exploiteren. En vooral omdat maar een beperkt deel van de kosten die daarmee gemoeid zijn doorberekenen aan de gebruikers, of dat nu sportclubs zijn of bezoekers van zwembaden, schaatsbanen enz. Deze verkapte subsidies lopen behoorlijk op. Als alles bij elkaar wordt opgeteld, gaat het wel om een bedrag van een miljard euro.

Deze verkapte subsidiestroom staat op de tocht nu de Wet Markt en Overheid geëvalueerd en mogelijk aangepast wordt. De Tweede Kamerleden Erik Ziengs (VVD) en Kees Verhoeven (D66) hebben namelijk een initiatiefnota ingediend waarin zij pleiten om de mogelijkheid voor gemeenten om  Diensten van Algemeen Economisch Belang aan te wijzen sterk wordt beperkt.

Wat gaat de politiek doen?

Als dat voorstel  van Ziengs en Verhoeven wordt overgenomen kan dat heel veel overhoop gaan halen bij gemeenten en desastreus uitpakken voor sportclubs en sporters. Tegen die achtergrond hebben NOC*NSF en VSG elkaar gevonden en een gezamenlijke brief  gestuurd naar de verantwoordelijke minister Henk Kamp van Economische Zaken. In die brief vragen zij de bewindsman om de uitzonderingspositie voor de sport veilig te stellen. Of de minister gevoelig is voor de argumenten van NOC*NSF en de Vereniging Sport en Gemeenten  (VSG) is nog niet te zeggen. Het is wachten op de evaluatie die binnenkort naar de Kamer gaat.

SportclubNL heeft op zijn beurt aan verschillende Tweede Kamerleden gevraagd  hoe zij staan in deze kwestie. Begrijpen zij dat sportclubs zich zorgen maken over de forse huurverhogingen die hen mogelijk te wachten staan? Zijn zij van plan om iet te ondernemen om dit onheil te voorkomen? De sportwoordvoerders van de SP (Michiel van Nispen) en de VVD (Rudmer Heerema) reageerden als volgt op onze vragen.

Begrijpt u dat sportclubs zich zorgen maken over de forse huurverhogingen die hen mogelijk te wachten staan?

Michiel van Nispen (SP): “Jazeker, die zorgen begrijp ik goed.”

Rudmer Heerema (VVD): “De VVD-fractie wil graag oneerlijke concurrentie van overheden met ondernemers tegengaan. Dat kan door in de wet te zetten dat als overheden activiteiten ontplooien die ondernemers ook kunnen (denk bijvoorbeeld aan een gemeente die een feestzaal verhuurt in een gemeentelijk pand), zij dit op zijn minst tegen de werkelijke kosten moeten aanbieden.”

“Dus niet tegen een spotprijs, zodat lokale ondernemers niet meer kunnen concurreren. Denk bijvoorbeeld ook aan een gemeente die om toeristen te lokken gratis staplaatsen aanbiedt voor campers, terwijl de lokale campinghouder die toeristen ook een plekje kan geven Maar subsidie aan sportclubs in de vorm van lage huur voor accommodaties blijft wat ons betreft gewoon mogelijk. “

“Het is absoluut niet de bedoeling van mijn fractie om het sportverenigingen moeilijk te maken. Gemeenten moeten gewoon subsidies kunnen blijven verstrekken aan sportverenigingen, ook in de vorm van een lage huur voor accommodaties. Dat willen we niet verbieden.”

Maken de sportclubs zich terecht zorgen?

Michiel van Nispen (SP): “Ik vrees van wel ja. Met het helemaal afschaffen van uitzonderingen op de Wet Markt en Overheid weet je niet meer waar je aan toe bent als vereniging en ligt het aan je gemeenteraad of je je huur nog kan betalen. De zorg van de SP is dat dit ten koste gaat van de toegang tot sport.”

Rudmer Heerema (VVD) “Wij denken van niet.”

Als dat volgens u niet het geval is, kunt dan aangeven op welke punten de analyse in ons artikel en in de brief van NOC*NSF en VSG niet klopt?

Michiel van Nispen (SP): “De analyse klopt volgens mij. Alleen is het de bedoeling van de Wet Markt en Overheid dat overheden niet zelf bedrijven mogen opzetten en subsidiëren als dat niet al door een particulier wordt gedaan en reële kosten moeten doorberekenen als zij grond en gebouwen gaan verhuren. Die gedachte op zichzelf is logisch.”

Rudmer Heerema (VVD): “We zien dat gemeenten in ruime mate een uitzonderingsbepaling in de wet gebruiken. Door die bepaling kunnen zij allerlei activiteiten van algemeen belang verklaren en daardoor gaan uitvoeren in concurrentie met ondernemers. Denk aan de hierboven genoemde voorbeelden. Dit kunnen die gemeenten doen zonder dat ze het algemeen belang van die activiteit hoeven te onderbouwen. Wij willen daar vanaf.”

“Ons voorstel is om te komen tot een wettelijke bepaling waarbij gemeenten die een activiteit willen ontplooien die ook door een ondernemer kan worden gedaan, dit zorgvuldig moeten aanpakken. Die gemeenten moeten dan gaan onderbouwen waarom het noodzakelijk is dat zij als overheid zelf ondernemertje willen gaan spelen. Daarbij moeten zij ook gaan kijken of er geen echte ondernemers zijn die dit al doen of kunnen doen. Bij de wet kan wel een lijst komen met zaken waarvan wij zien dat die van algemeen belang zijn en daarom een uitzondering kunnen vormen. Zoals  het steunen van sportverenigingen.”

Het is niet de bedoeling van de Wet Markt en Overheid om het sportclubs moeilijker te maken om hun sportieve en maatschappelijke functie te vervullen, of om de sportbeoefening veel duurder te maken. Als dit een onbedoeld effect is, ziet u dan mogelijkheden om sportclubs en sporters tegemoet te komen?

Michiel van Nispen (SP): “Dit is inderdaad zeker niet de bedoeling van de Wet Markt en Overheid. Het punt is dat de initiatiefnota van mijn collega’s alle uitzonderingsmogelijkheden uit de wet wil halen om te voorkomen dat gemeenten onterecht die uitzonderingen aanwijzen. Voor sport en sportvoorzieningen moet wat de SP betreft naar een uitzonderingsmogelijkheid gekeken worden. Bibliotheken en theaters blijven dezelfde voordelen houden, dus waarom kan dat niet voor de sport?”

Rudmer Heerema (VVD): “Dit is inderdaad helemaal niet de bedoeling en zal niet gebeuren. Dus een tegemoetkoming zal niet nodig zijn.”

Juridische verankering

De vertegenwoordigers van coalitie en oppositie zijn het met elkaar eens: sportclubs mogen niet de dupe worden van een aanpassing in de Wet Markt en Overheid. Het is nog even wachten waar de minister mee komt, maar het lijkt erop dat alles straks met een sisser afloopt.

Of toch niet? We legden de reacties van de politici voor aan Loek Jorritsma, voormalig hoofdambtenaar van  de Directie Sport van VWS. Jorritsma heeft zich in de afgelopen jaren o.a. op Sport Knowhow XL regelmatig laten gelden in discussies over wet en regelgeving rond sport en geldt als een deskundige op het terrein van Europese regelgeving en sport. Hij is blij met de juridische verankering van de sport die - zo mogen we uit de woorden van Heerema toch wel concluderen – er nu aan zit te komen. Die maakt het op meer terreinen mogelijk om de sport als een bijzondere activiteit te beschouwen en sportorganisaties anders te behandelen dan bijvoorbeeld bedrijven.

Loek Jorritsma: “Voor de sport zou het een enorme doorbraak zijn als bij deze wet wordt geregeld dat sportverenigingen inderdaad een Dienst van Algemeen Economisch Belang leveren. En dat ze daarmee de publieke taak hebben om die Dienst te leveren. Dan moet ook aangegeven worden aan welke voorwaarden moet worden voldaan wil een dergelijke dienst inderdaad van algemeen economisch belang zijn. En wat die publieke taken dan zijn.”

“Daarmee kan ook worden bepleit dat sportorganisaties niet alleen maar worden gezien als Sociaal Belang Beogende Instellingen (SBBI) maar juist als Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI). Dat kan er vervolgens toe leiden dat ook op Europees niveau kan worden bepleit dat de regels inzake Staatssteun nog meer dan nu worden afgestemd op de eigenheid van de sport waar het gaat om deze publieke taken.”

Hoe dan ook, blijft SportclubNL de ontwikkelingen natuurlijk op de voet volgen. En waar nodig en mogelijk zullen we aandacht blijven vragen voor de positie en belangen van sportclubs.

Meer weten?

Meer informatie over de Wet Markt en Overheid en de toepassing daarvan door gemeenten, is te vinden op de site van de Vereniging Sport en Gemeenten.