Kinderombudsman wil dat alle kinderen kunnen sporten

Kinderombudsman Marc Dullaert (screenshot YouTube)
Redactie SportclubNL

Afgelopen week presenteerde Kinderombudsman Marc Dullaert de Kinderrechtenmonitor 2015. Hierin wordt vastgesteld  dat hulpbehoevende kinderen niet overal in Nederland dezelfde steun krijgen. Ook als het om sportdeelname gaat, hebben kinderen niet overal gelijke kansen. Maar er is hoop. De kinderombudsman werd als het ware op zijn wenken bediend. Het rijk kwam vrijwel tegelijkertijd met 5 miljoen extra over de brug voor het Jeugdsportfonds.

Verschillen tussen gemeenten

Iedere gemeente kan zelf bepalen hoe zij omgaat met kinderen die bijvoorbeeld in armoede leven of met geweld te maken hebben. Hierdoor ontstaat landelijke ongelijkheid. "Terwijl het niet uit zou moeten maken waar je woont", aldus Dullaert. Toch is dat wel de praktijk. Arme kinderen zijn bijvoorbeeld beter af in Amsterdam, Oude Pekela of Almelo. Die gemeenten steunen deze kinderen, waardoor ze bijvoorbeeld lid kunnen worden van een sportclub of meekunnen met een schoolreisje. In een stad als Utrecht daarentegen is de armoedehulp minder goed geregeld.

150.000 kinderen kunnen niet sporten bij een club

Het aantal kinderen in Nederland dat uit geldgebrek geen lid kan worden van een sportclub wordt geschat op ongeveer 150.000. Voor een deel van deze jeugd kan het Jeugdsportfonds een oplossing bieden.

Jeugdsportfonds

Het Jeugdsportfonds is in 2003 opgericht om kinderen te ondersteunen van wie de ouders geen geld hebben om sportclubs te betalen.  Om één kind een jaar lang te laten sporten is gemiddeld €250 nodig.

In 2014 heeft het fonds ruim 38.000 kinderen ondersteund om lid te worden van een sportvereniging. Het Jeugdsportfonds wordt voor driekwart gevoed door het rijk, lokale en provinciale overheden. De rest komt uitdonaties van particulieren, bedrijven en instellingen.

Aanbeveling Kinderombudsman

Het Jeugdsportfonds is actief in ongeveer de helft van alle gemeenten. Het is dus niet toegankelijk voor alle hulpbehoevende kinderen. Een van de aanbevelingen uit het rapport haakt hierop in: “Het Rijk en gemeenten moeten ervoor zorgen dat kinderen uit (grote) eenoudergezinnen, kinderen uit gezinnen die leven van een bijstandsuitkering, en kinderen uit gezinnen met een nietwesterse achtergrond extra (materiële) ondersteuning krijgen zodat zij gelijkwaardig kunnen deelnemen aan sociale, sportieve en culturele activiteiten en gelijke ontwikkelkansen krijgen.”

5 miljoen extra

Wat de sportdeelname betreft, is dat ideaal sinds vorige week, iets dichterbij gekomen. Bij de behandeling van de begroting voor Sociale Zaken, werd bekend dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de komende twee jaar in totaal 5 miljoen euro beschikbaar stelt aan het Jeugdsportfonds.

Arme kinderen vaak buitenspel

Tweede kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA) heeft zich intensief ingezet om deze bijdrage mogelijk te maken en is er trots op dat zijn initiatief politiek breed gedragen wordt. “De toekomst van kinderen gaat ons allemaal aan. Iedereen weet dat het van enorm belang is dat kinderen in hun jeugd kansen krijgen om zichzelf op een goede en gezonde manier te ontwikkelen. Zowel op sociaal, fysiek als mentaal vlak. Vanuit mijn eigen jeugd weet ik hoe belangrijk het is dat je de mogelijkheid krijgt om mee te doen met activiteiten die voor andere kinderen normaal en zelfs vanzelfsprekend zijn. Een kind dat opgroeit in een gezin dat leeft rondom het bestaansminimum staat vaak buitenspel en voelt zich niet betrokken. Mijn eigen ervaring vormen mijn drijfveer om voor deze kinderen het leven beter en kansrijker te maken”.

25.000 kinderen

Met de extra bijdrage van SZW kan het fonds 25.000 kinderen extra helpen om te gaan sporten bij een club. Kees Jansma voorzitter van Jeugdsportfonds Nederland is heel blij met deze bijdrage. “Het is heel goed dat het kabinet zich het lot van kinderen die opgroeien in armoede aantrekt en het Jeugdsportfonds er uitvoering aan mag geven. Steeds meer gezinnen komen aantoonbaar in de financiële problemen en kunnen hun kinderen niet meer in clubverband laten sporten. Terwijl dat voor deze groep juist zo belangrijk is.”

Bronnen: Kinderrechtenmonitor 2015, persbericht Jeugdsportfonds.